
Een ‘duimpje omhoog’ kan meer of minder betekenen dan je denkt
Je kent het misschien wel. Je krijgt een bericht van een klant of een werknemer met, wellicht na een lap tekst, de vraag: “Akkoord?” Je stuurt een duimpje omhoog 👍 terug. Een simpel duimpje omhoog emoji kan in een juridisch conflict echter anders uitgelegd worden dan wat je er mee bedoelde. Dat blijkt mooi uit een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam.
Van voorstel voor € 10.000 salarisverhoging naar een duimpje omhoog
De werknemer in deze zaak werkte sinds medio 2023 als salesmedewerker bij zijn werkgever. Zijn bruto maandsalaris bedroeg € 10.000 bruto per maand, inclusief 8% vakantiegeld. In gesprekken met zijn leidinggevende werd gesproken over een salarisverhoging. De werknemer mailde vervolgens aan HR een voorstel: bij het krijgen van een nieuw account stelde hij voor om zijn basissalaris met € 10.000 te verhogen. Ook bij het realiseren van bepaalde commerciële doelstellingen zou opnieuw € 10.000 aan het basissalaris worden toegevoegd. De leidinggevende van de werknemer stond weliswaar in de cc, maar reageerde niet op dit voorstel.
Enkele weken later stuurde de werknemer een herinnering. Hij schreef dat hij ervan uitging dat zijn salaris inmiddels met € 10.000 was verhoogd, omdat hij een nieuw account had verkregen. De reactie van zijn leidinggevende?
👍
Je kunt je wel voorstellen dat er nu een probleem was aangezien de werknemer daarin een bevestiging van zijn voorstel zag, maar de werkgever zag het anders. Partijen kwamen niet tot elkaar en uiteindelijk moest de kantonrechter bepalen wie het juridische gelijk aan zijn zijde heeft.
De rechter: een afspraak hoeft niet op papier en alle omstandigheden zijn van belang
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding. Dat hoeft niet schriftelijk en hoeft ook niet uitdrukkelijk met de woorden “ik aanvaard jouw aanbod”. Gedrag kan hiervoor zelfs voldoende zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat een WhatsApp-bericht, Teams-chat, e-mail, bepaald gedrag of een emoji onder omstandigheden tot een overeenkomst kunnen leiden en in ieder geval onderdeel zijn van het bewijs dat partijen een bepaalde afspraak hebben gemaakt. Maar daarin schuilt een belangrijke nuance. De juridisch relevante vraag is in dit kader namelijk wat de ander in de gegeven context redelijkerwijs uit het duimpje omhoog mocht afleiden. Precies op dat punt ging het mis voor de werknemer.
De rechter keek terecht niet enkel naar het duimpje omhoog en het voorstel van de werknemer daarvoor, maar naar de context van de gehele situatie. Deze bredere context was niet in het voordeel van de werknemer. De leidinggevende had bijvoorbeeld eerder niet uitdrukkelijk ingestemd met het voorstel. Uit de bredere communicatie bleek juist dat er nog over bepaalde voorwaarden gesproken moest worden. De leidinggevende stelde bovendien niet zelfstandig bevoegd te zijn om een salarisverhoging af te spreken, maar enkel het hogere management. Daarnaast waren de arbeidsvoorwaarden binnen de organisatie van de werkgever normaal gesproken behoorlijk uitgebreid en schriftelijk vastgelegd (alsmede ondertekend). De bestaande bonusregeling tussen partijen besloeg bijvoorbeeld vier pagina’s. Ook was er op dat moment een contractueel addendum waarin de arbeidsvoorwaarden werden geregeld. Daarin stond de vermeende salarisverhoging niet.
Tegen deze context vond de kantonrechter de e-mail van de werknemer, waarop aanvankelijk niet was gereageerd, en de latere duim omhoog onvoldoende om aan te nemen dat de werkgever daadwerkelijk met de voorgestelde salarisverhoging had ingestemd. Ook de inhoud van de vermeende afspraak deed bij de rechter de nodige vragen rijzen. De afspraak zoals de werknemer die had geformuleerd, zou er namelijk toe kunnen leiden dat zijn salaris steeds met € 10.000 zou stijgen en een bovengrens stond er niet in. Dat maakt het verhaal voor de kantonrechter niet voldoende (geloofwaardig) om tot toewijzing over te gaan. De vordering van de werknemer werd afgewezen.
Juridisch advies
We communiceren vandaag de dag massaal via korte berichten, per e-mail, telefonisch en bijvoorbeeld WhatsApp. “Prima” “Akkoord” of “👍”. Juridisch kunnen dit soort korte berichten tot vervelende discussies leiden. Een rechter kijkt niet alleen naar wat jij achteraf zegt dat je met een bericht bedoelde. De rechter kijkt naar alle omstandigheden van het geval en naar wat partijen over en weer redelijkerwijs uit elkaars verklaringen en gedragingen mochten begrijpen. Hoe korter de communicatie, hoe meer ruimte er doorgaans ontstaat voor interpretatie.
Dus voordat je de volgende keer 👍 stuurt of een ander kort berichtje aan een klant of werknemer, bedenk eerst wat de ander daarin zou kunnen lezen. Soms betekent een duimpje omhoog gewoon “gelezen”, maar soms kan de ander er “deal” in zien. Dat verschil wil je bij een serieuze afspraak liever niet aan de rechter overlaten.
Je kunt deze uitspraak via de volgende link lezen:
https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:8666